|
|
|
Hier heb je de mogelijkheid,
de beginselen van Nalbinding te leren.
Met een eenvoudige steek wordt een stekenslinger gemaakt.
|
|
|
|
|
Foto 2
 |
... de begindraad
wordt zo tussen duimen en wijsvinger gelegd, dat het korte draadeinde
naar rechts en het lange naar links wijst.
Het lange draaduiteinde, die we de werkdraad noemen, wordt van te
voren door een geschikte Naald gehaald...
...
|
|
|
Foto 3
|
... en wordt van
links naar rechts om de duim gelegd, ...
|
|
|
Foto 4
|
... en achter de
duimen en om de beginlus gevoerd.
De lus wordt zogezegd om de duim geslagen.
|
|
|
Foto 5
|
Nu hebben we de volgende begin posities:
een voorste
duimlus,
een achterste duimlus,
links de werkdraad
en rechts de begindraad.
|
|
|
Foto 6
|
Met de naald steken
we van voor in de achterste duimlus,
dit formt de steken U
O/
(Eerste steek "U"
dus, omdat de eerste steek als "steek voor de duim" naar
voren en over de duim is geslagen.)
|
|
|
Foto 7
|
... aansluitend
de naald van achter in de voorste duimsteek steken en onder de werkdraad
doorleiden.
Dit vormt de steken UO/UOO.
(De laatste O's die zoals opgemerkt de eerste ketting als "voor
de duim lus" naar voren en over de duim is geslagen)
|
|
|
Foto 8
|
De duimen uit de
voorste lus halen en deze tegen de achterste lussen houden. Ik raad
aan, om deze naar achter gelegde lus niet nog eens extra vast te
zetten, dan wordt het werk te strak.
Nu zijn alle lussen op de naald en de draad kan door alle lussen
tegelijkertijd worden doorgehaald.
.
|
|
|
Foto 9
|
Terwijl naald en
draad worden doorgehaald, de lussen tussen duim en wijsvinger onder
gelijkmatige spanning houden. .
|
|
|
Foto 10
|
Is de draad doorgetrokken,
dan heeft zich een nieuwe duimlus gevormd.
Ik raad aan om een paar steken verder aan de begindraad te trekken
terwijl de achterste duimlussen worden tegengehouden. De allereerste
lus moet zich nu sluiten. De begindraad moet kort gehouden worden,
zodat hij bij het werken niet hindert.
(losse draden worden vaak meegetrokken in de lussen)
|
|
|
|
|
Foto 12
|
Als men dit van
foto 6 tot en met 10 herhaalt, ...
|
|
|
Foto 13
|
... heeft men achter
de duimen het hiernaast afgebeelde resultaat.
Vanuit dit oogpunt bezien is de rechterkant de bovenkant van het
nalbindingwerk.
|
|
|
Foto 14
|
Hier een van de
duim genomen begin in de hiervoor beschreven duimvangtechniek. De
duimslus kan voor de zekerheid iets groter worden gemaakt. Als men
het begin weer op de duimen zet, waar dan de duim van voren in de
eerste lus wordt gestoken, de duimslus aangetrokken, alsof de eerste
lus de eerdergenoemde "voorste duimlus" is, en de andere
de "achterste duimlus", en de werkdraad naar links wordt
gelegd, kan men verder werken.
Zo kan op iedere gewenste plek het werk van de duim worden genomen
en later weer worden opgenomen en verder eraan worden gewerkt. Heeft
de stekenketting de juiste lengte bereikt, dan is het aan te bevelen
om de ketting weer lang te trekken om de steken te strekken. Het
patroon wordt daardoor gelijkmatiger. In ons voorbeeld sluiten we
50 steken tot een cirkel, zodat aansluitend daarop dan in
spiralen verder gewerkt worden kan.
|
|
|
|