|
Nabinding: het verbinden
van de draden
Op een gegeven moment raakt onze
draad op, wordt korter en dan zal een nieuwe draad moeten worden
gepakt en verbonden met de huidige werkdraad.
Hiervoor bied ik 3 methoden aan, die zich door de vilteigenschap
van de draad
van elkaar onderscheiden naar:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Foto 1
|
In de regel wordt
nalbinding werk gemaakt met zuivere wol. In ons voorbeeld is zelfgesponnen
en tweedraads getwijnde wol gebruikt..
Beide draadeinden worden 3-5 cm gesplitst, ...
|
|
|
Foto 2
|
... en de gesplitste
draden zo in elkaar geschoven, dat de enkele draden in elkaar grijpen.
Bij meerdradig dik garen, kunnen enkele van deze draden worden verwijderd,
zodat de verbinding niet te dik wordt. Goed verviltbaar materiaal
komt kan volstaan met 3 cm lange draden.
De gesplitste en in elkaar geschoven draden worden in elkaar gedraaid
en ...
|
|
|
Foto 3
|
... vochtig gemaakt
om te vervilten. Met eerst lichte en later stevigere druk de verbinding
tussen beide handpalmen wrijven. De daarbij ontstane warmte helpt
het viltingsproces.
Om te bevochtigen stop ik de draadverbinding even in mijn mond en
bevochtig ik ze met speeksel. Tegelijk bewerk ik dit met mijn tanden
wat voor en wrijf ze dan tussen mijn handpalmen droog.
Als het dan nog niet compleet vervilt is, dan maak ik het weer vochtig
en wrijf nog even.
Wie de wollen draad niet in de mond wil nemen, kan ook de hand vochtig
maken en de in elkaar gedraaide draden vervolgens tussen de handpalmen
wrijven. Het maakt niet uit of je speeksel of water gebruikt. Zorg
wel dat de handpalmen goed schoon zijn. Vooral belangrijk als je
plantaardig geverfde en daarna ongeverfde wol verwerkt!
|
|
|
Foto 4
|
Om te controleren
of de gevilte draden goed houden, strijk ik van de nieuwe draad
in de richting van het werk.
Als er nog losse
draden te voelen zijn, is de verbinding niet sterk genoeg. Een korte
trekproef geeft hierover uitsluitsel.
Ik vind het heel
belangrijk om hier goed op te letten, want het zou jammer zijn als
tijdens het werken de draden loslieten. Als de draadverbinding niet
houdt, gebruik ik een van de andere methodes.
|
|
| |
2.Draad is
beperkt viltbaar
|
|
|
Foto 5
 |
Hebben we bijvoorbeeld
Heidschnuckenwol met kemp ertussen of wol met niet viltbaar aandeel
polyester, dan gebruik je een andere methode.
Daarbij wordt maar
een draadeinde gesplitst en de gesplitste draden kruisgewijs om
het andere draadeinde gewikkeld. Het is de oude werkdraad die wordt
gesplitst en ook het einde dat nog aan het werk hangt.
|
|
|
Foto 6
|
Oude en nieuwe draad
worden een paar millimeter over elkaar gelegd en de gesplitste draden
zoals afgebeeld tussen duim en wijsvinger of ringvinger gehouden.
In de hand ligt de oude werkdraad, rechts de nieuwe.
Met de andere hand
wikkel ik vervolgens de ene draad om de nieuwe draad, klem ze weer
vast en dan de andere. Ik wikkel verder in de wissel en werk langzaam
wenteling voor wenteling langs de nieuwe draad ...
|
|
|
Foto 7
 |
... tot de draad
compleet opgewikkeld is.
Het bevochtigen van de verbinding, het
vilten en testen is net als bij methode 1.
Hier moet vooral
worden gelet op de eindjes van de enkele draad, en zonodig meermalen
vochtig maken en navilten.
|
|
| |
3. Draad is
niet viltbaar
|
|
|
Foto 8
|
De oude draad wordt
uit de naald genomen en blijft als oude werkdraad links van de duimen
los hangen. Hij wordt tot een lengte ingekort, voldoende om mee
af te werken.
|
|
|
Foto 9
|
De nieuwe draad
wordt in de naald geregen. Met de duimlus van de oude draad wordt
een normalesteek gemaakt. Een nieuwe duimlus kan zich niet vormen,
omdat oude en nieuwe draad niet verbonden zijn.
|
|
|
Foto 10
|
Dezelfde steek wordt
nog eenmaal door dezelfde lussen herhaald.
(nog steeds ontbreekt
de vorige duimlus)
|
|
|
Foto 11
|
Nadat deze tweede steek in dezelfde
lussen verwerkt is, heeft zich een nieuwe duimlus gevormd.
We zien van rechts naar links:
- de rest van de oude werkdraad
- de aktuele werkdraad
- het begin van de aktuele nieuwe werkdraad.
Nu kan normaal worden verder gewerkt.
Maar vorzichtig: ...
|
|
|
Foto 12
 |
Als er zich nog
losse draden in de buurt bevinden van waar je draden hebt vervilt
en waar al gestoken is met de naald, hebben deze plekken de vervelende
eigenschap om zich met de werkdraad te verstrikken in de lussen.
Daartegen helpt alleen het volgende:
Langzaam en rustig werken, de losse draden goed in het oog houden
en steeds weer uit de lussen trekken.
Mijn tip:
Deze kwelgeest zo snel mogelijk afwerken. Over de losse draadeinden
moet minstens een nieuwe rij worden gevormd.
Op de foto hiernaast zijn drie losse draden te zien, die van de
plek waar je begonnen bent en de andere twee waar de verbinding
is gemaakt. Dit is een goed moment om alles in een keer af te werken
.
Overigens, vanuit
dit begin en een volgende ontstaan 1 paar handschoenen.
|
|
|
|