|
Bernhard's Nadelbinding
werkstukken
|
|
|
Hier zijn in een
kleine gallery mijn werkstukken te zien..
Ik heb niet alle
werkstukken die ik gemaakt heb hier laten zien, alleen de interessantste.
Wie ook interessante werkstukken heeft gemaakt, wil ik graag de
gelegenheid bieden
deze op deze website te zetten.
(Er is al een pagina daarvoor gereserveerd.)
Voor meer informatie: stuur me een email.
(emailadres onder: Adresse
van de webmaster)
|
|
|
|
|
Mijn eerste bruikbare
werkstuk is deze muts. Ze is in spiralen vanuit het midden uit gemaakt.
In het begin heb ik in iedere steek van de voorste rij 2 nieuwe
steken bijgemaakt, daarna in iedere 2e steek, en later in iedere
3e, 4e, 5e enz.
In het midden zijn
ook een paar plekken waar ik teveel steken gemeerderd heb.
Bij dit werkstuk is het me voor de eerste keer gelukt, de enkele
draden met de zogenoemde splijt- en viltmethode met elkaar de verbinden.
In het begin had ik de nieuwe draad parallel aan de oude draad laten
lopen en de overgebleven eindjes steeds weggestopt.
Het is mijn eerste
werkstuk en daarom niet te koop.
|
Werkstuk 1
 |
|
|
nog werkstuk 1
 |
Aan deze eerste
muts heb ik later verdergewerkt en in een andere steeksoort een
rand gemaakt.
Oude steek: UU/OOO
(Duimvangstechniek
= van achteren in de achterste duimlus steken)
Nieuwe steek aan
de rand: UOOO/UUUOO
De tweede steek lijkt moeilijk maar is in de duimlustechniek gemakkelijk,
als men deze steek eenmaal onder de knie heeft. Hierbij wordt van
rechts naar links achtereenvolgens in de 2 naastliggende achterste
duimlussen gestoken.
|
|
|
De tweede muts heb
ik in twee kleuren gemaakt en aansluitend in de wasmachine bij 90
C gevilt. De blauwe wol is zelfgesponnen en daarna met indigo geverfd.
De kuip hiervoor heeft Sabine Bajinski-Muth gemaakt en ik was de
gast verver. Hier nogmaals veel dank aan Sabine.
Steek: (U)UO/UOO
De U tussen haakjes laat zien dat uit de voorste rij maar een steek
wordt gebruikt. Kan worden gebruikt om het werkstuk losser te maken.
Bij het vilten krimpt ze daardoor ook meer.
|
Werkstuk 2
 |
|
|
Werkstuk 3
 |
Het begin van een
sok in dubbelspiraaltechniek is op het plaatje hiernaast te zien.
Bij deze techniek werd kort na het begin met een tweede kleur op
de voorste rij een tweede rij gevormd.
Om de het voortdurend
wisselen en inrijgen van naald en kleur te besparen, raad ik aan
om dit werkstuk met twee naalden te werken.
Steek UOO/UUOO
|
|
|
In navolging van
de Coppergate Sock, heb ik de sokken met een ingezette hiel gemaakt.
Daartoe wordt een split in het werkstuk gemaakt, waar de lengte
van de split de voorste rij met een lussenketting overbrugd wordt.
Belangrijk hierbij is, in dezelfde steek verder te werken als de
rest van het stuk en ook dezelfde aantal lussen te gebruiken als
het aantal van de overbruggende steken uit de voorrij.
De juiste lengte van de split kan men aan de betreffende voet of
een voorbeeld na meten.
|
nog werkstuk 3
 |
|
|
nog werkstuk 3
|
Hier Hier zien we
de sok bijna klaar. De hiel is ingezet.
In tegenspraak met andere beschrijvingen raad ik aan, de hiel niet
apart te maken (vanuit de spie meerderen) en dan de van tevoren
gemaakte hiel in te zetten,
maar de hiel direkt in de split in te werken en door minderen naar
de spie toe te werken. Dan hou je een zuiverder stekenpatroon, en
je bespaart je het lastige stekentellen, eerst in de split en dan
in het hielstuk en het werk van het innaaien van een apart gemaakt
hielstuk.
Meerderingen volgden van de spie van de sok naar de kleine teen.
Minderingen in de spie volgen op de plek waar de split begon en
eindigde. Op het beeld zichtbaar als bruine Ypsilon
.
|
|
|
werkstuk 4
 |
Mijn tot nu toe
mooiste en nuttisste werkstuk is een hoofdband van indigo geverfde
zelfgesponnen wol. Beschrijving verder hieronder.
De trui die ik hier draag, is niet met Nalbinding gemaakt maar handgebreid
door mijn moeder. (van haar heb ik waarschijnlijk ook het plezier
in de Nalbinding techniek geerfd, maar breien kan ik tot nu toe
niet, vreemd he?) :-)
|
|
|
nog werkstuk 4
|
De hoofdband is
als tunnel gemaakt en later aan elkaar genaaid. De naad zit in de
nek. (op de foto aan de onderkant)
Op de plek waar de oren zitten, is aan een kant van de band gemeerderd
/ geminderd. Aan de kant van het voorhoofd weinig en naar de nek
toe meer. De hoofdband heeft daardoor een goede pasvorm en houdt
de oren goed warm. Wie wil kan ook een smallere band maken of de
oorkleppen weglaten.
Om te beginnen naait men 30 lussen tot een lussenketting, deze sluiten
en verdernaaien tot de 5e rij, daarna in iedere rij aan een kant
1 steek meerderen tot de 9e rij. De 10e en 11e rij zonder meerderingen
werken. Daarna iedere 2e rij 1 steek minderen, tot de oorspronkelijke
breedte weer bereikt is en verderwerken tot de helft van de hoofdomvang
is bereikt.
Daarna wordt verdergewerkt tot aan het punt waar geminderd werd,
maar nu wordt op deze plekken weer gemeerderd en op de plekken waar
gemeerderd werd vorige keer, wordt nu geminderd. Wie wil, kan ook
een patroon op papier tekenen en tijdens het werken hier steeds
het werkstuk op leggen om te controleren. Belangrijk is gelijkmatig
werken.
Ik heb het mezelf gemakkelijker gemaakt door tijdens het werken
waar ik gemeerderd/ geminderd heb, steeds met een kleurige draad
te markeren zodat ik de plekken makkelijker kan terugvinden.
|
|
|
Het stekenpatroon
van de hoofdband.
De steek is (U)U(U)OOO/UUUOO
(Duimvangtechniek:
in 3 achterste duimsteken
tegelijk insteken)
|
... nog werkstuk
4
|
|
|
Mütze im
Asle-Stich
De Grootste en "warmste"muts
die ik tot nu gebonden heb is deze middels een Asle-steek. Met dit
patroon bereik je van binnen en buiten verschillende structuren
en is genoemd naar de vindplaats van een handschoen in Zweden, die
met dit patroon was gemaakt.
Ik heb hem zo lang gemaakt, zodat de rand omgeslagen kan worden,
je kunt hem dan tot over je oren dragen.
Het is gemaakt van ca. 150 gram hand gesponnen melk schaapswol en
behoort toe aan een hobby herder aan de Bodensee die daar een kudde
heeft.

|
Objekt 5

|
|
|
|