|
Nalbinding: Het begin
tot een cirkel sluiten
|
|
|
Dit begin is geschikt
om holle vormen te maken,
bijv. Polswarmers,
tassen, hoofdbanden, beenwarmers.
|
|
|
|
|
Foto 1
|
Is onze lussenketting
lang genoeg dan wordt verder gewerkt met dezelfde steek, met het
verschil, dat nu aan het begin (of moet ik eind zeggen) vastgenaaid
wordt.
We vormen een spiraal.
Het is hierbij heel belangrijk, erop te letten, dat de lussenketting
niet gedraaid raakt, als ze tot een cirkel wordt gesloten.
Het is aan te raden, de lussenketting vervolgens te strekken, zodat
de stekenspanning zich gelijkmatig verdeelt. Als men achter de duimen
kijkt, dan is de rechter kant de boven kant van waar we op naaien.
Vanaf deze plek achter de duimen kan de bovenkant tot aan het begin
van de lussenketting vervolgd worden. (Precies werken, anders kan
je het wel weggooien want hier kan je dus niet uithalen en opnieuw
beginnen)
|
|
|
Foto 2
|
Hier is de lussenketting
van de duimen afgenomen en tot een cirkel gesloten.
De naald wijst al in de richting van de eerste twee steken van de
nieuwe voorrij (begin van de spiraal)
|
|
|
Foto 3
|
In de eerste twee
bovenliggende steken van de voorrij insteken. Daarbij ga je over
de beginlus (beginknoop) heen.
|
|
|
Foto4
|
Nu gaat de steek
verder zoals eerst in de lussenketting. Van voor in de achterste
duimsteek insteken, dan van achteren in de voorste duimsteek en
onder de werkdraad.
(zie ook pagina: handleiding:
"nalbinding - Het begin, foto 6 - 10)
|
|
|
Foto 5
|
Het werk wordt nu
zo voortgezet, dat altijd eerst in de naaste vrije steek en dan
in de laatst gebruikte steek van de voorste rij gestoken wordt.
Beide steken worden ook op de naald genomen, ze zijn door de aktuele
duimsteek gescheiden. Daarna weer de achterste duimsteek enz naar
steeksoort tot alle steken op de naald staan.
|
|
|
Foto 6
|
Alle steken bevinden
zich nu op de naald
We zien van rechts naar links:
2 steken uit de voorste rij
de voorste duimsteek gekruist
de achterste duimsteek
de werkdraad.
|
|
|
Foto 7
|
Hier is het werk
van de duimen genomen, nadat de tweede rij klaar is.
De steek is (U)U(U)O/UOO
(de steken van de voorste rij zijn tussen haakjes gezet) .
|
|
|
Foto 8
|
Meerderen
en minderen
Het meerderen en minderen bij nalbinding wordt bepaald door het
aantal steken die uit de voorste rij opgenomen worden.
Wil ik minderen, dan moet ik uit de voorste rij een steek
meer opnemen in totaal 3. (soms nog meer)
|
|
|
Foto 9
|
Wil ik meerderen,
dan moet ik de nieuwe lus alleen in de laatst gebruikte steek van
de voorrij maken. Dat betekent dat ik in een steek twee lussen maak.
(soms nog meer)
|
|
|
Foto 10
|
Als het werk in
dit stadium een keer onderbroken moet worden, dan raad ik aan om
alle steken op de naald te nemen en de naald in het werk te laten
zitten. Bij het verder werken neem je dan de steken weer tussen
duim en wijsvinger en kan je verder werken, naald en draad doortrekken,
een nieuwe duimsteek heeft zich al gevormd, enz, enz.
Een andere mogelijkheid om een werkstuk te beginnen, is het
begin vanuit het midden.
|
|
|
|