|
Als een vogel zweeft hij door de
lucht, met zijn ski's als vleugels gespreid in de perfecte V-stijl.
Ooit reikte hij zo tot een vlucht van 220 meter. Maar het is Sven Hannawald niet
komen aanwaaien. "Burgerman, lief, aardig, zonder killerinstinct",
zo beschreef een voormalige trainer van schansspringer Sven Hannawald ooit
zijn pupil. Maar 'Hanni', zijn koosnaampje, wordt gesterkt door
mentale en lichamelijk tegenslagen en ontpopt zich als springer van
wereldklasse. De Vierschansentoernee haalt het beste in hem
boven.
Hij groeit op in het Oost-Duitse Johanngeorgenstadt, in de
buurt van de Tsjechische grens. Hij komt voor het eerst met het
schansspringen in aanraking als hij met zijn ouders een wedstrijd
bezoekt. Hannawald is
meteen verkocht. In zijn woonplaats volgt Hannawald
skispringcursussen en begint hij op zevenjarige leeftijd met de
Noordse Combinatie (schansspringen, gevolgd door een
langlaufwedstrijd). Hij valt vooral op als schansspringer en boezemt
dan al de echte schansspringspecialisten angst in.
Hannawald wil
dan al 'een grote' worden en zweert de Noordse Combinatie af. Hij
richt zijn leven in naar het schansspringen en volgt zijn opleiding
op verschillende sportinternaten. Zijn grote voorbeeld is de
legendarische Fin Matti Nykänen.
In 1992 werpt het de eerste
vruchten af. Bij de wereldkampioenschappen voor junioren wordt hij
met zijn team derde, een jaar later wint hij de Duitse titel voor
teams. In de daaropvolgende periode raakt zijn carričre in het slop.
Een tendens die zich gedurende zijn loopbaan steeds herhaalt.Hannawald kan de
verleidingen van alcohol en sigaretten niet weerstaan. Na ruim twee
jaar, op zijn twintigste, komt het besef: als hij het schansspringen
blijft verwaarlozen, is alle moeite tijdens zijn jeugd vergeefs
geweest.
Afvallen In de eerste jaren behaalt hij
bij de kleinere toernooien goede resultaten, maar bij
wereldbekerwedstrijden is zijn beste resultaat een veertiende
plaats. De twijfel sluipt zijn leven binnen. In het seizoen
1995/1996 doet hij alles om toch verder te kunnen springen.
"Sportief kwam ik niet verder. Meer trainen ging ook niet. Daarom
dacht ik: afvallen is de manier", vertelt Hannawald. Hij
verliest negen kilo en gaat van een gewicht van 70 naar 61 kilogram.
Tot ontzetting van zijn trainer, Wolfgang Steiert. "Ik schrok erg,
toen ik hem na die hongerkuur weer zag."
De resultaten
blijven bovendien uit. Hannawald staat
op het punt de handdoek in de ring te gooien, maar wordt daar door
zijn familie van weerhouden. Hij komt weer enkele kilo's aan en
klimt zo uit het dal. Het is tijd om zich van het stempel 'eeuwig
talent' te ontdoen.
Bij de Vierschansentoernee in het
seizoen 1997/1998 zijn hiervan de eerste tekenen zichtbaar. Hij
eindigt als tweede in het eindklassement, achter de Japanner
Kazuyoshi Funaki. Hij kan het succes nog niet bevatten, maar zijn
eerste wereldbekerzege in Oberstdorf zorgt voor bewustwording en
zelfvertrouwen. Van vriend en collega Dieter Thoma leert hij om te
gaan met stress. "Ik ben nu zover dat mijn lichaam doet, wat mijn
hoofd wil." Zijn carričre raakt in een stroomversnelling en Hannawald treedt
toe tot de absolute wereldtop, hoewel hij zijn inzinkingen blijft
houden.
'Helden van de beugel-generatie'
Een jaar later zijn de verwachtingen
hooggespannen, maar Hannawald kan
die niet helemaal inlossen. Hij ziet hoe de rol van
publiekslieveling wordt overgenomen door zijn landgenoot Martin
Schmitt, die hem op vele fronten overvleugelt. Hetgeen bij Hannawald
opnieuw leidt tot mentale worstelingen. Hij schikt zich uiteindelijk
in zijn rol en behaalt achter Schmitt grote successen. Getweeën
worden ze de helden van de 'beugel-generatie' en aangeduid als de
'jongensgroep onder de skispringers'. Jongeren en vrouwelijke fans
komen voor hen naar het stadion en hebben het posters van het
tweetal aan de muur hangen. Hannawald wordt
'Hanni'.
Bronchitis werpt echter Hannawald ver
terug. "Plotseling had ik een negatieve serie", beschrijft hij zijn
situatie. Na een periode van rust betekent de Vierschansentoernee
van 1999/2000 opnieuw een keerpunt: hij eindigt als vierde. Bij het
skivliegen (op veel grotere schansen) is hij ongenaakbaar en schudt
hij geleidelijk het imago van 'eeuwige tweede' van zich af. Het
revalidatieproces is hem echter niet in de koude kleren gaan zitten.
Geestelijk en lichamelijk gesloopt komt hij uit het seizoen. Zelf
noemt hij het een 'kortsluitingsreactie': "ik was mezelf niet". Een
nieuwe dip volgt - ondanks opnieuw een vierde plaats bij de
Vierschansentoernee -, maar zoals gebruikelijk komt hij sterker
terug dan ooit.
'Duitse Icarus'
In het seizoen 2001/2002
springt hij eindelijk uit de schaduw van de dan kwakkelende Schmitt
en wint hij alles wat er te winnen valt. Hij wordt voor de tweede
keer wereldkampioen skivliegen en wint met de Duitse ploeg goud op
de Olympische Spelen in Salt Lake City. Maar het meest memorabel is
zijn zege bij de Vierschansentoernee. Hij schrijft geschiedenis door
bij de 50ste editie van het evenement als eerste springer alle vier
de wedstrijden te winnen. Zijn status neemt mythische vormen aan en
hij krijgt dan ook niet voor niks de bijnaam 'Duitse Icarus'.
Ook dit seizoen lijkt hij er weer klaar voor. Na een
aarzelende start is de vorm er weer precies op tijd. Met de
Vierschansentoernee in aantocht schrijft hij de laatste
wereldbekerwedstrijd op z'n naam...
|