| Het
volgende interview is uitgeknipt van een Nederlandse krant in 1985.
"In het begin vond men ons gekke utopisten" |
||
| Wie in de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen de Realschule bezoekt (vergelijkbaar met onze Mavo en Havo) loopt de kans bij het vakkenaanbod de taal Nederlands tegen te komen. Met ingang van dit schooljaar wordt de leerlingen als tweede keuzetaal naast het Frans een vierjarige cursus Nederlands aangeboden. Dat het zover gekomen is, is niet het minst te danken aan Karl Hermann Kaul uit Solingen, die twintig jaar ijverde voor de aanvaarding van het Nederlands als volwaardige taal op de Duitse scholen. Hij en zijn oudleerling Achim Müller (inmiddels afgestudeerd in het Nederlands aan de Universiteit van Münster) stelden de richtlijnen op, op basis waarvan aan de Realschulen Nederlands wordt gegeven aan leerlingen van dertien tot zestien jaar. Kauls is ook de stimulator achter de uitwisseling van zijn Wilhelm Fabry Realschule in Hilden en de Wilhelminamavo in Zutphen. Momenteel gegeleidt hij een groep van twintig Hildense scholieren bij hun bezoek aan Zutphen. Daar hadden we een gesprek met hem. |
|
Twintig jaar geleden stapte hij naar de directeur van de Wilhelm Fabry Realschule in Hilden, de school waaraan hij als leraar Engels en Frans was verbonden. "Zou u het niet verstandig vinden als er ook Nederlands werd oderwezen?" vroeg hij zijn directeur. Die zag er wel wat in. Kauls mocht een poging doen zijn leerlingen te interesseren voor de taal die op luttelle kilometers ten westen van hun woonplaats wordt gesproken. En daarmee was de eerste bres geslagen in de muur van tengenstand die Kauls en twee collega's ondervonden. "Er bestond
voor de laatste wereldoorlog geen onderwijs in het Nederlands. En ook na
de Tweede Wereldoorlog was dat er niet. In de jaren vijftig zijn we met
een kleine groep leraren begonnen", vertelt Kauls. Langzaam maar
zeker kwam er belangstelling voor onze taal bij de Duitse Realschuleleerlingen.
Dit jaar volgen aan de Wilhelm Fabry Realschule 25 leerlingen de beginnerscursussen
en 22 scholieren htet tweede leerjaar. En ook elders gegint het Nederlands
als taal gond onder de voeten te krijgen.
Autodidact Kauls is, wat Nederlands betreft, autodidact. "Ik heb het nooit op school onderwezen gekregen. Ik heb het mezelf geleerd. Ik ben gekwalificeerd lereaar Engels en Frans. Toen ben ik twintig jaar geleden begonnen met Nederlands les te geven. Al onderwijzend heb ik verder geleerd. Talenpraktikum bestond toen nog niet. De uitspraak leerde ik door veel naar de Nederlands omroep te luisteren. De laatste jaren bezoek ik veel bijeenkomsten die Nederlanders en Vlamingen organiseren voor Duitse leraren." Twintig jaar mocht Karl Hermann Kauls zich in wat werd gezien als zijn hobby uitleven. Maar hij zag resultaat. In de loop der tijden kwamen vijf kandidaat-leraren Nederlands op zijn school stage lopen. Ze zijn nu bevoegd onze taal aan de Duitse scholieren te onderwijzen. Het aantal docenten Nederlands in zijn deelstaat steeg sinds de jaren vijftig van drie naar ongveer veertig. Een enquête van de universiteiten van Keulen en Münster bracht aan het licht, dat vijftig Realschulen in Nordrhein-Westfalen belangstelling hebben voor het onderwijs in het Nederlands aan hun instituut. Het probleem is, dat er nog niet voldoende leraren zijn. Bovendien worden uit bezuinigingsoverwegingen praktisch geen nieuwe docenten aangenomen. Bescheiden geeft Kauls toe, dat hij inderdaad met een beetje trots mag terugkijken op zijn jarenlange strijd voor het Nederlands. "Dat het zo vlak voor mijn pensionering zover gekomen is, schenkt een bepaalde voldoening. Maar nu moeten de jongeren het maar overnemen." |
Stand: 28.07.2002
![]() |